Gilera Runner pakkingen monteren zonder lekkage

Gilera Runner pakkingen monteren zonder lekkage

Een Runner die na een cilinderwissel slecht start, hoog blijft hangen in toeren of koelvloeistof verliest, heeft vaak geen groot motorprobleem. Eén verkeerd gemonteerde pakking is al genoeg. Gilera Runner pakkingen monteren vraagt daarom om meer dan een nieuw setje uit de verpakking trekken. Een schoon pasvlak, de juiste pakkingdikte en correct aanhalen bepalen of je blok hard en betrouwbaar blijft lopen.

Dat geldt extra voor een Piaggio 2T-blok. Dit motorblok reageert direct op valse lucht en kleine lekkages. Bij een standaard 50cc-setup merk je dat aan onrustig lopen. Bij een 70cc sport- of racecilinder kan een lekke voetpakking al snel eindigen in een vastloper. Neem dus de tijd voor de montage. Die tien minuten extra besparen je vaak een cilinder, zuiger en krukaslagers.

Eerst bepalen welke Gilera Runner-pakkingen je nodig hebt

Niet iedere Gilera Runner heeft hetzelfde blok of dezelfde pakkingset. De meeste 2T Runners zijn uitgevoerd met een Piaggio lucht- of vloegekoeld motorblok, maar bouwjaar, cilinder en setup maken verschil. Een originele cilinder vraagt niet altijd om dezelfde voetpakking als een DR, Malossi, Polini of Stage6 cilinder. Ook een 4T Runner gebruikt compleet andere pakkingen dan een 2T.

Kijk daarom niet alleen naar het modelnaamplaatje. Controleer welk motorblok en welke cilinder je daadwerkelijk hebt. Bij een watergekoelde 2T-setup heb je bijvoorbeeld te maken met cilinderkop-, voet-, uitlaat- en wateraansluitpakkingen. Bij een luchtgekoelde versie vervallen de koelvloeistofdelen, maar blijft de afdichting rond voet, kop, inlaat en uitlaat net zo belangrijk.

Een compleet pakkingset is handig als het blok verder open ligt. Vervang je alleen de cilinder, dan kun je vaak met een cilinderpakkingset uit de voeten. Gebruik nooit zomaar een oude voet- of koppakking opnieuw. Vooral papieren pakkingen drukken tijdens de eerste montage in en sluiten een tweede keer zelden nog goed af.

De voorbereiding bepaalt of de pakking afdicht

De pakking zelf dicht niet weg wat eronder mis is. Een krom cilinderoppervlak, oude pakkingresten of een diepe kras in het carter blijft lekken, hoe nieuw je pakkingset ook is. Werk daarom pas verder wanneer beide pasvlakken volledig schoon, droog en vlak zijn.

Verwijder oude pakkingresten voorzichtig met een kunststof krabber of een scherp mesje onder een zo vlak mogelijke hoek. Ga niet agressief met een schroevendraaier over het aluminium carter. Eén groef op het pasvlak kan valse lucht veroorzaken. Gebruik remreiniger op een doek om olie, koelvloeistof en vuil weg te nemen. Laat het oppervlak daarna goed verdampen.

Controleer vervolgens de cilinder en cilinderkop. Leg een rechte liniaal of een vlak stalen oppervlak over het pasvlak. Zie je duidelijk licht onder de liniaal of voel je een vervorming, dan is vlakken een betere keuze dan nog een pakking erbij leggen. Extra vloeibare pakking is geen oplossing voor een kromme kop.

Let ook op de tapeinden. Zijn de draadgangen in het carter beschadigd, of draait een tapeind mee bij het loshalen van de moer? Los dat eerst op. Een cilinderkop die niet gelijkmatig geklemd wordt, gaat lekken, zelfs met OEM Piaggio-pakkingen.

Cilinderpakkingen monteren op een Gilera Runner 2T

Bij het opbouwen van een Piaggio 2T-blok begin je met de voetpakking. Welke dikte je gebruikt, hangt af van de cilinder, de slag van de krukas en de gewenste squish. Op een standaard cilinder is de meegeleverde pakking meestal de juiste keuze. Bij tuning is meten noodzakelijk. Een te dunne voetpakking kan ervoor zorgen dat de zuiger de kop raakt of dat de poorten te hoog uitkomen. Een te dikke pakking maakt de compressie en respons juist minder fel.

Plaats de voetpakking droog op een schoon cartervlak, tenzij de fabrikant van jouw cilinder expliciet iets anders voorschrijft. Vloeibare pakking op een normale cilindervoetpakking is vaak overbodig en kan bij demontage een drama worden. Erger nog: overtollige kit kan naar binnen drukken en een kanaal of lagerzone vervuilen.

Smeer de naaldlagering, zuigerpen en zuigerveren met een beetje 2T-olie. Plaats de zuiger met de pijl richting uitlaatpoort. Controleer dat de stiftjes in de zuigerveergroeven goed in de opening van de veren vallen. Schuif de cilinder vervolgens rustig over de zuigerveren. Forceer niets. Blijft de cilinder hangen, trek hem terug en controleer de veerpositie.

Daarna komt de koppakking of O-ring. Veel aftermarket cilinders gebruiken O-ringen in de cilinderkop, terwijl andere sets een metalen of composiet koppakking gebruiken. Monteer uitsluitend wat bij die cilinder hoort. Een O-ring hoort schoon in zijn groef te liggen en mag niet gedraaid of uitgerekt zijn. Een metalen pakking moet recht geplaatst worden, zonder knik of beschadigde rand.

Draai de kopmoeren eerst handvast aan. Haal ze vervolgens kruislings aan, steeds in kleine stappen. Zo trekt de cilinderkop vlak op de cilinder. Het exacte aanhaalmoment verschilt per tapeindmaat en cilinderfabrikant. Gebruik daarom de specificatie van de fabrikant van jouw cilinder of werkplaatshandboek, en werk met een momentsleutel. Op gevoel vastzetten is bij aluminium draadgangen vragen om ellende.

Squish meten bij een sport- of racecilinder

Een snelle Runner vraagt om controle, niet om gokken. Monteer je een 70cc cilinder, een langere slagkrukas of een gefreesd blok, meet dan altijd de squish. Dat is de ruimte tussen zuiger en cilinderkop bij het bovenste dode punt.

Gebruik zacht soldeertin dat je via het bougiegat aan beide zijden van de zuiger plaatst. Draai de krukas voorzichtig rond, haal het tin eruit en meet het platgedrukte deel met een schuifmaat. Vergelijk de uitkomst met de waarde die de cilinderfabrikant adviseert. Pas daarna kies je eventueel een andere voet- of koppakking.

Een krappe squish kan meer compressie en een scherpere reactie geven, maar de marge wordt kleiner. Bij een straatsetup wil je betrouwbaarheid, zeker als de scooter dagelijks kilometers maakt. Brandstofkwaliteit, ontstekingstijdstip en koeling spelen daarbij ook mee. Harder is niet automatisch sneller als je setup daardoor te heet loopt.

Inlaat-, uitlaat- en carterpakkingen niet vergeten

Na de cilinder zijn de inlaat en uitlaat de plekken waar veel Runner-blokken problemen krijgen. Een inlaatpakking die lucht doorlaat veroorzaakt vaak hoog stationair draaien, slecht afstellen en een motor die pas rustig wordt wanneer je de choke gebruikt. Controleer het spruitstuk op scheuren en kijk of het membraanblok vlak aansluit. Een nieuwe pakking helpt niet als het rubber van het spruitstuk gescheurd is.

Monteer de uitlaatpakking correct in de uitlaatpoort of flens, afhankelijk van jouw cilinder. Een lekkende uitlaat bij de cilinder klinkt niet alleen scherp en irritant. Bij een 2T kan het ook olie en zwarte aanslag rond de cilinder geven. Trek de uitlaatmoeren gelijkmatig aan en controleer ze na een paar warm-koudcycli opnieuw.

Heb je de carterhelften gesplitst, gebruik dan de juiste carterpakking voor jouw Piaggio-blok. Hier kan een zeer dunne laag vloeibare pakking soms wel voorgeschreven of nuttig zijn, maar alleen op volledig vetvrije pasvlakken en in beperkte hoeveelheid. Kit die aan de binnenzijde uitpuilt, hoort niet in een motorblok thuis.

Veelgemaakte fouten bij pakkingen monteren

De grootste fout is haast. Een pakking op een vettig vlak leggen, een kopmoer scheef vastzetten of de verkeerde dikte gebruiken levert vaak pas problemen op wanneer de scooter warm wordt. Dan kun je alles opnieuw demonteren.

Vermijd ook deze fouten:

  • oude koppakkingen of O-ringen opnieuw gebruiken;
  • vloeibare pakking op elke pakking smeren;
  • cilinderkopmoeren in één keer volledig vastdraaien;
  • tapeinden, draadgangen en pasvlakken niet controleren;
  • na montage direct volgas rijden zonder lekkagecontrole.
Vul bij een watergekoelde Runner het systeem rustig af en ontlucht het goed. Start daarna de motor en laat hem op temperatuur komen. Controleer rond cilinderkop, wateraansluitingen, uitlaat en carter op vocht, olie of luchtbellen. Luister ook naar een tikkend geluid bij de uitlaatflens en kijk of het stationair toerental stabiel blijft.

Na de eerste rit controleer je de kopmoeren en uitlaatbevestiging nogmaals volgens de voorgeschreven waarden. Zeker bij een nieuwe cilinder kan alles zich na de eerste warmtecylus nog zetten. Zie je koelvloeistof verdwijnen, olie zweten of blijft de Runner vreemd afstellen, rijd dan niet door. Eerst de afdichting oplossen, daarna pas weer gas geven. Zo blijft je Gilera Runner niet alleen snel, maar ook betrouwbaar.

Terug naar blog